Toelichting op de schema’s

Schema’s A: Voor beginners en lopers met geringe trainingsomvang. Het schema richt zich in eerste instantie op het zonder problemen kunnen uitlopen van een vijf en een tien kilometer. Per week zijn drie trainingen gepland. Daarbij neemt de wekelijkse omvang steeds wat toe. Het tempo ligt vooral in de comfortzone. Instapniveau: vijftien minuten achtereen hardlopen is geen probleem.

Schema’s B: Voor ervaren kilometervreters die na het herstel van de marathon gaan voor een pr op een korte afstand. Er zijn vier trainingen per week en de omvang is continu hoog. Ook zijn anaėrobe trainingsprikkels opgenomen. Instapniveau: een halve marathon is geen probleem.


Energiebronnen

De vier energiebronnen voor de spieren zijn ATP (adenosine trifosfaat) , CP (creatinefosfaat), glycogeen (koolhydraten) en vetten. ATP en CP leveren zeer snel energie. De voorraad is echter beperkt. U kunt er heel snel oplopen, maar als uw sprintje langer duurt dan pakweg tien seconden, zijn de potjes ATP en CP leeg. U bent dan aangewezen op koolhydraten. Per minuut leveren die beduidend minder energie dan de fosfaten (u kunt er niet zo snel oplopen), maar u kunt het wel aardig lang volhouden. De aėrobe energievoorziening komt uit de koolhydraten die met voldoende zuurstof worden gebruikt, en uit de vetverbranding. Na verloop van tijd (60 tot 90 minuten) raakt de voorraad koolhydraten op (wat het gevoel van de man “met de hamer ” kan geven). Wat rest, is de enorme voorraad vetten als trage energieleverancier. Daar heeft zelfs een afgetrainde duursporter genoeg van om uren en uren te kunnen blijven lopen.

energiebronenergievoorraadloopsnelheid
ATP 1,2 kcal zeer hoog
CP 3,6 kcal zeer hoog
Glycogeen 5000 kcal mating
Vet 48.000kcal traag

Aėroob en anaėrob

Een sprint over 50 meter kunnen we afleggen met de mond dicht, zonder te ademen. Alle energie die voor die korte spurt nodig is, wordt zonder extra zuurstof geleverd. Sprinten is derhalve een zuiver anaėrobe activiteit (zonder zuurstof). Bij het lopen van een wedstrijd over 1500 meter komt energie voor de helft vrij middels anaėrobe processen (waarbij melkzuur een rol speelt) en voor de helft uit aėrobe processen (met voldoende zuurstof). Een marathonloper heeft nagenoeg niets van doen met melkzuur. Het tempo is zodanig dat de ademhaling voldoende zuurstof levert om de koolhydraten en vetten te verbranden zonder hinderlijke afvalstoffen.

Het aandeel van aėroob en anaėroob geproduceerde energie op diverse afstanden:

  100m200m400m800m1500m5km10kmmarathon
Aėroob 0%5%10%20%50%80%90%100%
Anaėroob100%95%90%80%50%20%10%0%

Verzuren

Verzuren heeft alles te maken met al dan niet voldoende mate aanwezig zijn van zuurstof in de spier. Om spieren van energie te kunnen voorzien moeten koolhydraten verbrand worden. Daarvoor is zuurstof nodig. Via de ademhaling, de longen en de bloedsomloop komt die zuurstof uiteindelijk aan in de spier. Als u de spier niet te veel belast (door de loopsnelheid niet te hoog op te voeren), kan er op die manier voldoende zuurstof aangevoerd worden om de energie uit glycogeen vrij te maken zonder hinderlijke afvalstoffen. U kunt dan zeker een uur hardlopen zonder in de problemen te komen. Als u sneller gaat lopen, verbranden de spieren meer koolhydraten om in hun toegenomen energiebehoefte te voorzien. Daardoor neemt ook de hoeveelheid van een vervelend afvalproduct toe: melkzuur (lactaat). Met een beetje melkzuur weet het lichaam nog wel raad; een beetje zware benen zijn geen belemmering om stevig door te blijven lopen. Wordt de melkzuurconcentratie in het lichaam te groot, dan lukt het niet meer om het tempo vast te houden.

Interessante websites:
www.myasics.nl
www.sportzorg.nl
www.runnersweb.nl
www.hartinbeweging.nl<

Voor de vrouwen:
www.marikenloop.nl
www.nikehilversumcityrun.nl
www.asicswomen.nl